Thijs Balkhoven

In Memoriam

Thijs Balkhoven

(1943-2026)

Sinds 2002 was Thijs lid van de Harttrimmers. Op donderdagavond voegde hij zich graag bij de groep. Hij hield van een praatje en een partijtje volleybal, van een spelletje en contact met medespelers. Hij kwam niet zozeer voor fysieke oefeningen. Daar had hij er in zijn voetbalcarrière genoeg van gehad. En zijn lichaam weigerde nog langer grote inspanningen. Dat betrof niet alleen zijn hart. Ook zijn longen en knieën dwongen hem het af en toe rustiger aan te doen. Maar medespelers uitdagen en een beetje stangen, daar had hij minder moeite mee. Als het volleybalnet eenmaal hing dan kwam de balspeler bij Thijs snel boven. En balgevoel had hij. Wanneer een opzet te hoog werd aangespeeld, volgde vaak een geplaatste kopbal. Dan zag je weer de oude UVS-verdediger.

Minder balvaardige Harttrimmers kregen van Thijs geen kat. Hooguit hoorde je een verzuchting: ‘Man, man, man!’. Een uitroep die hij trouwens ook voor zichzelf hanteerde. Als oud-top-voetballer bleef hij kritisch naar zichzelf.

Thijs was een trouw mens. Dat was hij bijvoorbeeld aan zijn UVS. In november 2024 werd hij bedankt voor 70 jaar lidmaatschap van de blauw-witten. Langlopende contacten had hij ook binnen onze vereniging. Zo deelde hij vanaf de jaren ’60 met Rob lange tijd dezelfde werkgever. En toen ze elkaar in 2002 als Harttrimmers weer troffen, koesterden de twee hun gezamenlijke band; tot vlak voor Thijs’ overlijden. 

Hoewel er de laatste jaren steeds meer (korte) periodes kwamen met blessures, was stoppen met de sportavond geen optie voor Thijs. Had je hem een paar weken niet gezien, dan stapte hij opeens weer de kleedkamer binnen, vrolijk, en meestal met een blik die weer op scherp stond.

Begin november 2025 kregen we te horen dat Thijs geveld was door een herseninfarct. Dat leidde tot bezorgde blikken en woorden in de kleedkamer. Hoewel hij revalideerde en met Kerst weer thuis was, waren we bang dat zijn ‘Man, man, man!’ voor ons niet meer zou klinken. Helaas is die vrees bewaarheid.

Roen v.d. Geest
namens het bestuur